Hennie de Kler: Coach, Trainer en Interim Manager

Veranderen, hoe doe je dat?

Ik hoor hem regelmatig, een zucht over alweer veranderen.
En in het onbenoemde kielzog zijn trouwe gedachtekompanen: is het weer niet goed? Of: ik ben nog niet eens gewend aan de vorige.

Herkenbaar, deze verzuchting. Wat is hier mogelijk aan de hand?

Of je wil of niet, de mens is een gewoontedier. Hij/zij heeft behoefte aan bestaanszekerheid. Maslow plaatste deze behoefte op de 2e laag van zijn motivatiepyramide.  https://nl.wikipedia.org/wiki/Abraham_Maslow . Ook al is het model van Maslow niet echt wetenschappelijk geverifieerd, het biedt wel een goed zicht op onze behoeften. En vertaalt naar een organisatie betekent dat dat werknemers ook op het werk de behoefte hebben aan veiligheid en zekerheid. Elke reorganisatie raakt dus direct deze 2e laag. Zowel voor diegenen die vrezen voor hun werkplek als voor diegenen die hopen te blijven. Er is onrust. Echter: het beste werk wordt geleverd door medewerkers die ook aan de top van de pyramide kunnen zitten, zelfactualisatie en flow (Csikszentmihalyi). https://nl.wikipedia.org/wiki/Mihaly_Csikszentmihalyi

Het vraagt dus nogal wat, verandering. Uit de comfortzone, (on-)veiligheid,  omgaan met onrust en onzekerheid, oude zaken afleren, nieuwe aanleren. Vaak wordt hier bij aangenomen dat dit een kwestie is van een onderdeeltje eruit, een nieuwe erin. Volg het stappenplan en dan kunnen we weer.

Helaas, dat blijkt ietsie ingewikkelder te zijn.

Er wordt op dit moment veel onderzoek gedaan naar hoe te veranderen. En dat levert interessante nieuwe invalshoeken op. Zo zag ik recent een uitzending van de universiteit van Nederland over gedragsverandering: http://www.universiteitvannederland.nl/college/waarom-is-het-zo-moeilijk-om-iets-af-te-leren/
Om oud gedrag af te leren is het niet alleen nodig enthousiast en gemotiveerd te zijn voor het nieuwe. Je zal ook bewust moeten worden van hoe het oude werkt. Dat gedrag is vastgelegd in je hersenen, je past het toe op het zogenaamde autonome niveau. Het gaat grotendeels vanzelf, je hoeft er nauwelijks meer bij na te denken.

Hoe ziet dat er met een concreet voorbeeld uit:

Autorijden:
1. Het cognitieve niveau, waarbij elke handeling nog moest worden benoemd en/of uitgelegd. Meest vindt de eerste rijles plaats op een lege parkeerplaats.
2. Het associatieve niveau, je gaat zaken uit de omgeving erbij nemen om de verkeerssituatie te beoordelen. Je rijdt door je stad, let extra op bij onbekende punten.
3. Het autonome niveau, alles is bekend, zonder al te veel bewust nadenken kom je thuis. En ondertussen heb je wellicht al bedacht wat je gaat koken vanavond.

Juist dit autonoom beheersen van een vaardigheid of gedrag zit je in de weg bij verandering.

Dit is de zogenaamde pro-actieve inhibitie: het leren of onthouden van nieuwe informatie wordt bemoeilijkt door reeds aanwezige kennis in het geheugen.

En daar zit dus een soort paradox.

 

veranderen

Om bewust te kunnen veranderen, moet je ook aandacht besteden aan het opnieuw leren herkennen van je oude autonome gedrag.

En daarna met kleine stapjes richting nieuw gaan, inclusief het ongemak onderweg en het doorzettingsvermogen dat daar bij komt kijken.

Dat vraagt tijd, vertrouwen en inzet. Succes.